Tuin- en gevelverlichting
Goede buitenverlichting begint met een plan: waar wil je licht en waarvoor? Een pad of oprit vraagt ander licht dan een terras of een boom die je wilt uitlichten. We denken mee over de plekken, de sterkte van het licht en hoe je het bedient.
- Gevelverlichting bij de voordeur, achterdeur of garage, eventueel met bewegingsmelder.
- Padverlichting en grondspots langs de oprit of in de border.
- Terrasverlichting, zodat je 's avonds buiten kunt zitten.
- Een schemerschakelaar of tijdklok, zodat het licht vanzelf aan en uit gaat.
- Slimme verlichting die je met een app of je stem bedient.
We werken met LED-verlichting: zuinig, lang meegaand en in verschillende kleuren wit. Warm wit voelt in een tuin meestal prettiger dan koud wit.
Stroom naar schuur of tuinhuis
Wil je licht en stopcontacten in je schuur, tuinhuis of overkapping, dan leggen we een kabel vanaf je groepenkast. Meestal loopt die onder de grond, in een sleuf. Daarvoor gebruiken we een kabel die geschikt is om in de grond te leggen, voldoende diep en beschermd tegen een schep of spade.
In de schuur komt een kleine verdeler of een paar stopcontacten en lichtpunten. Voor zware apparaten, zoals een werkbank met gereedschap of een sauna, maken we een eigen groep met een zwaardere kabel. Alles buiten en in de schuur zit achter een aardlekschakelaar.
Veilig en waterdicht
Buiten krijgt de installatie te maken met regen, vorst en vocht. Daarom gelden er strengere eisen dan binnen. De IP-waarde van een lamp of stopcontact zegt hoe goed die beschermd is tegen water en stof. Voor buiten kiezen we minimaal spatwaterdicht, en voor grondspots materiaal dat tegen water van alle kanten kan.
Veel aardlekstoringen beginnen buiten: water in een lamp, een slecht afgedichte verbinding of een kabel die is beschadigd bij het tuinieren. We werken verbindingen daarom waterdicht af en leggen kabels zo dat ze beschermd zijn. Zit de buitenverlichting op een eigen groep, dan valt bij een storing niet meteen het hele huis uit.
Er is ook tuinverlichting op 12 volt via een transformator. Die is makkelijk zelf uit te breiden en veilig om mee te werken, maar geeft minder licht. Voor sfeerverlichting is 12 volt prima; voor gevel- en padverlichting kiezen we vaak 230 volt.
Zo verloopt de aanleg
Buitenverlichting leg je het makkelijkst aan als de tuin toch al op de schop gaat. Werk je samen met een hovenier of stratenmaker, dan stemmen we de planning af, zodat kabels en mantelbuizen erin liggen voordat de bestrating of beplanting terugkomt.
- We bespreken waar je licht en stroom wilt, het liefst aan de hand van foto's of een schets van de tuin.
- We bepalen de kabelroute en of er een eigen groep voor buiten komt.
- We graven de sleuf, leggen de kabel met bescherming en markeren waar hij loopt.
- We plaatsen de lampen, spots en stopcontacten en sluiten alles waterdicht aan.
- We stellen schemerschakelaar, tijdklok of bewegingsmelder in en testen alles in het donker.
Leg je zelf al een mantelbuis tijdens het aanleggen van de tuin, dan kunnen wij er later een kabel doorheen trekken zonder opnieuw te graven. Vraag ons gerust welke buis je het best kunt gebruiken.