Eerst zelf checken: storing in huis of netstoring?
Niet elke stroomstoring is een klus voor een elektricien. Valt in de hele straat de stroom uit, dan ligt het aan het elektriciteitsnet en lost de netbeheerder het op. In de stad Utrecht is dat Stedin. Zit alleen jij zonder stroom, dan zit het probleem bijna altijd in je eigen installatie.
Met deze vragen weet je het binnen een paar minuten:
- Kijk naar buiten: brandt de straatverlichting en hebben de buren licht? Zo niet, dan is het waarschijnlijk een netstoring.
- Open de groepenkast: staat de hoofdschakelaar, een aardlekschakelaar of een van de groepen naar beneden?
- Kijk op je meter: staat er een foutmelding op het display, of is het display helemaal uit?
- Denk terug: viel de stroom uit toen je een apparaat aanzette, of tijdens regen of onweer?
Bij een netstoring kun je de storing melden bij de netbeheerder en op de storingskaart zien hoe lang het naar verwachting duurt. Bij een storing in huis helpt de volgende stap vaak al.
Aardlekschakelaar slaat af: oorzaken
Een aardlekschakelaar schakelt de stroom uit zodra er ergens stroom weglekt, bijvoorbeeld via een kapot apparaat of vocht. Dat is precies zijn taak: hij voorkomt dat iemand een schok krijgt. Slaat hij af, dan is er dus iets aan de hand. De meest voorkomende oorzaken:
- Een apparaat met een verborgen defect, vaak iets met een verwarmingselement: waterkoker, wasmachine, vaatwasser, oven of boiler.
- Vocht in een buitenstopcontact, tuinverlichting of een lamp in de badkamer, vaak na regen.
- Een beschadigde stekker, verlengsnoer of stekkerdoos.
- Een fout in de vaste bedrading, bijvoorbeeld een spijker of schroef door een leiding.
- Een oude of versleten aardlekschakelaar die te gevoelig is geworden.
Zo zoek je het zelf uit: haal alle stekkers uit de stopcontacten op de groepen achter die aardlekschakelaar en zet hem weer omhoog. Blijft hij aan, steek de apparaten dan een voor een terug. Het apparaat waarbij hij afslaat is de boosdoener. Slaat hij ook zonder apparaten meteen af, dan zit de fout in de vaste installatie. Probeer het dan niet steeds opnieuw, maar laat het nakijken.
Kortsluiting: wat nu?
Bij kortsluiting raken twee draden elkaar die elkaar niet mogen raken. De groep (installatieautomaat) schakelt dan direct uit, soms met een knal of een vonk bij een stopcontact. Dat is anders dan overbelasting: daarbij staan er te veel zware apparaten op één groep en schakelt de automaat na een tijdje uit.
Ruik je een brandlucht, zie je zwarte plekken bij een stopcontact of schakelaar, of wordt iets warm? Zet dan de hoofdschakelaar in de groepenkast uit, raak niets aan en bel een elektricien. Bij rook of vuur bel je altijd eerst 112.
Is er geen brandlucht en ging de groep uit toen je een apparaat inschakelde, haal dan dat apparaat eruit en zet de groep weer aan. Blijft de groep aan, dan zat het in het apparaat. Valt hij weer uit, laat dan de bedrading controleren.
Zo verloopt een spoedbezoek
Als je belt, stellen we eerst een paar vragen: wat er gebeurde, welke groep uitstaat en of er iets warm wordt of ruikt. Soms kunnen we je dan al aan de telefoon helpen. Is een bezoek nodig, dan spreken we af wanneer we kunnen komen.
- We kijken in de groepenkast en meten welke groep of welk deel van de installatie de storing geeft.
- We zoeken de oorzaak: een apparaat, een stopcontact, een verbinding of de bedrading zelf.
- We maken het veilig. Kan het meteen goed worden opgelost, dan doen we dat. Is er meer werk nodig, dan zorgen we eerst dat je weer veilig stroom hebt.
- We leggen uit wat er aan de hand was en wat je kunt doen om het te voorkomen.
Blijkt de oorzaak een verouderde groepenkast of oude bedrading, dan hoor je dat eerlijk. Je beslist zelf of en wanneer je dat laat aanpakken.